Er gebeurde vanmorgen iets vreemds in mijn huisje. Of anders gezegd, er gebeurde iets niet!
Normaal is het zo dat Bertje als eerste opstaat, zijn haren in een scheiding legt en zijn snor kamt, om vervolgens een stukje te gaan rennen, en af en toe, om in zijn eigen woorden te spreken, “dingen kleiner te gaan maken.” Hij bedoelt daar mee dat hij heftig begint te slopen en steentjes door het huis te keilen of simpelweg planten op te vreten Maar vanmorgen gebeurde er niets van dat alles en dat gaf me een bezorgd gevoel. Er heerste stilte, ik hoorde geen brekend aardewerk, geen boeken die met een doffe plof van de planken donderden, zelfs geen raketgeluiden. Niets van dat alles! Er heerste absolute stilte en dat hóórt niet in mijn huisje, dat vind ik eng.
Ik besloot polshoogte te nemen en nadat ik mijn bril van onder het nachtkasje vandaan had gehaald
(Bert mag graag ’s nachts mijn bril verstoppen. Vindt hij leuk) kroop ik in tijgersluipgang de hoek om en de huiskamer in. Bertje zat rustig op zijn kont met zijn rug naar mij toe en hij keek geïnteresseerd om zich heen. Hij mompelde iets en haalde een notitieblokje uit zijn binnenzak en een geel potloodje van achter zijn oor. Hij begon driftig in zijn knalrode boekje te krabbelen.
Ik was aan de grond vastgenageld.
MIJN KAT KON SCHRIJVEN! Onmiddellijk dacht ik aan Joop van den Ende, de Kleine Komedie, misschien zelfs wel Carré of een eigen show op RTL 4 of een andere kwaliteitszender. Ik dacht zelfs even aan David Letterman! Coast-to-coast in breedbeeld in de VS. Maar ik dacht ook aan de druk die op zijn schoudertjes zou komen te rusten. Zou Bertje dit wel aankunnen, zou ik als manager dat wel aankunnen? Ik dacht aan al die fotomodellen op schoot bij Bert en mij.De afleiding die dat met zich mee zou brengen. Ik besloot er dus nog maar even mee te wachten, zoveel haast hebben we nou ook weer niet. Na een minuut of tien borg Bert zijn boekje op, stak het potloodstompje weer achter zijn oor en begon als vanouds woest te spelen, de stukken vlogen er weer af. Toen hij ’s middags eindelijk lag te dutten heb ik het bewuste rode boekje uit zijn voering gevist en heb het, hoewel ik me behoorlijk schuldig voelde, stiekem ingekeken. Met priegelige lettertjes had hij het volgende opgeschreven:
Ik sloeg het boekje dicht en stopte het terug in zijn binnenzak.<
De schurk sliep nog steeds en ik aaide hem vertederd over zijn kopje. Mijn mond stond nog steeds open van verbazing. “Wat een kerel”, dacht ik, “wat een doorzettertje”. En ondanks de wetenschap dat er mij nog een hoop ellende te wachten stond, kon ik een gevoel van trots nauwelijks onderdrukken.
Voor het diner heb ik de tafel met het beste porselein en het zondaagse zilveren bestek gedekt.
Op het kostbare damast plaatste ik, met de hand door Goudse maagden gemaakte stearinekaarsen naast de glanzende Villeroy & Boch-borden, en daarop serveerde ik Berts lievelingseten. Kaviaar, escalope de veaux, witte truffels uit Piedmont, kleine oestertjes uit Vietnam en veldvruchtjes uit Kenia. Een grappige Chablis op de door Bert gewenste temperatuur en Sheba als dessert. Een koningsmaaltje voor mijn Bertje.
Want vergeet niet; mijn jongen heeft nog een hoop werk te verzetten en dat vreet energie. Veel energie, héél veel!
Goedemiddag. 25-05-2002